Op 4 augustus 1679 werd de Staatse Affuitmakerij te Delft opgericht. Behalve affuiten werden in dit bedrijf ook handvuurwapens vervaardigd. Het was niet het enige bedrijf in Nederland dat zich met militaire productie bezig hield. Zo waren er ook nog de Geweerfabriek in Culemborg en de Grof Geschut Gieterij in ’s Gravenhage. ![]() Toen in 1815 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tot stand kwam was er opnieuw behoefte aan een sterk leger. De artillerie werd onder leiding van Prins Frederik sterk verbeterd, en de wapenproductie werd gereorganiseerd en kwam onder Militaire leiding te staan. In 1813 werd er in het bedrijf al een stoommachine geïnstalleerd en werden er kanonnen, veldgeschut, geweren en Militaire voertuigen geproduceerd. Alle andere producten kwamen uit Luik. Na het einde van de Belgische revolutie in 1830 kwam hieraan een einde. |
De productie verhuisde in zijn geheel naar Delft en werd opnieuw gereorganiseerd. Hierbij werden de niet kerntaken afgestoten en ging men zich in zijn geheel op de metaalbewerking richten. Er werden kanonnen, handvuurwapens, munitie, precisie-instrumenten en richttoestellen gemaakt. Voor het vervaardigen van precisie-instrumenten en granaten waren draaibanken e.d. nodig. In 1836 vervaardigde men deze machines voor eigen gebruik. In 1850 werkten er 500 mensen in het bedrijf. In 1860 werd voor vervaardiging van explosieven de pyrotechnischefabriek opgericht. In 1880 bestond het bedrijf uit een logistiek centrum, een pyrotechnischeschool, een gieterij, een geschutswerkplaats, een zadelmakerij, een mechanische houtbewerkerij, een geweerwinkel en een patroonfabriek. Na weer een reorganisatie in 1887 kreeg het bedrijf de naam Artillerie-Inrichtingen. Niet alles gebeurde meer in Delft. De Haagse Grof Geschut Gieterij was inmiddels ook opgegaan in het bedrijf,maar omdat het bedrijf geen ruimte meer had om uit te breiden werd gezocht naar een nieuw terrein, dit moest echter wel binnen de Stelling van Amsterdam liggen. Uiteindelijk viel de keus op het Hemveld, een kunstmatig schiereiland even buiten Zaandam dat was ontstaan tijdens het graven van het Noordzeekanaal. Dit terrein lag midden in de Stelling van Amsterdam waarvan de bouw in volle gang was. |
Het lag buiten de stad. Een spoorlijn, de Zaan en het Noordzeekanaal zorgde voor een goede logistiek. Op het terrein bevonden zich toen al een kolenloods en enige turfloodsen van de Marine. In 1895 begint men met de bouw op het Hemveld en tussen 1897 en 1899 verhuist de productiekern van het bedrijf uit Delft naar Zaandam. Vlak naast het terrein lag een spoorbrug (Hembrug) deze was gebouwd in 1876 en werd in 1910 gesloopt nadat hij in 1907 was vervangen door een nieuwe. ![]() Deze nieuwe brug die dezelfde naam droeg was indertijd de grootste draaibrug van Europa. Het bedrijf en het terrein werden al snel met naam aan deze brug(gen) verbonden ,in 1983 werd de Hembrug gesloopt en vervangen door een spoortunnel. De Haagse geschutgieterij werd in 1904 gesloten. |
| In 1912 werden de Artillerie-Inrichtingen aangewezen als staatsbedrijf en vielen niet meer onder het Militair gezag. Er werkten toen 1200 mensen bij het bedrijf , waaronder veel militairen. In 1913 verhuist het fabrieksbestuur uit Delft en werd de officiële naam Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen. In 1916 bouwt men een apart productiegedeelte aan de overzijde van het Noordzeekanaal in Amsterdam en in 1917 neemt men op dezelfde plaats de nieuwe Trotylfabriek in bedrijf. ![]() Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de productie opgevoerd en het personeelsbestand uitgebreid tot zo’n 8500 personen in 1917. |
Na de oorlog nam dit aantal in rap tempo af tot zo’n 2000 personen in 1921. In deze periode overwoog men zelfs de sluiting van het bedrijf. De meeste producten in die tijd gingen naar Nederlands Indië om daar de plaatselijke opstanden te onderdrukken, ook hield men zich bezig met het maken van carrosseriën, het ombouwen en assembleren van auto’s. ![]() Tevens waren er bij het bedrijf 200 chauffeurs in dienst die het vervoer voor het Postbedrijf verzorgden, deze activiteit werd in 1930 aan de Posterijen overgedragen. |
![]() In de periode 1924 – 1926 verhuist ook de constructiewerkplaats naar het Hembrugterrein. In 1928 werd de bedrijfsvorm veranderd in een NV en kreeg de leiding meer vrijheid van handelen. |
De grootste klant was nog steeds het KNIL en het aantal werknemers nam langzaam weer toe, om later, ondanks het toenemende aandeel van de civiele productie weer te dalen tot zo’n 1200 personen in 1932.![]() In 1938 start men een proefinstallatie voor Kaneelolie (mosterdgas). Het personeelsbestand neemt in die jaren weer toe als gevolg van de Duitse herbewapening. Als in 1940 de Duitse inval een feit is wil men de Artillerie Inrichtingen vernietigen om te voorkomen dat ze in de handen van de bezetter valt, dit plan wordt echter niet uitgevoerd. |
Tijdens de bezetting bleef Ing. F.Q. den Hollander directeur van het bedrijf en onderhield contact met de regering in ballingschap. De bezetter eiste dat het bedrijf weer opgestart werd, maar Den Hollander en zijn superieuren, bevelhebber H. Winkelman en Secretaris Generaal C Ringeling weigerden dit. Zij werden vervolgens op een zijspoorgezet of gevangen genomen en op 20 Juni 1940 werd de productie hervat. Er werd voor de Duitsers geproduceerd, maar den Hollander saboteerde dit door o.a. verkeerde materialen te gebruiken, goede mensen (betaald) te laten afvloeien en documenten te vervalsen. Het aantal personeelsleden daalde gestaag en mede door het verzelfstandigen van de machinefabriek in 1941 in de NV Nederlandsche Machinefabriek Artillerie Inrichtingen, die zich bezig ging houden met civiele productie, daalde de productie voor de bezetter enorm. Ook werd de fabriek in Delft in 1941 in het geheim ontmanteld. In 1944 werd de fabriek in Zaandam gesloten en besloten de Duitsers om het leeg te roven |
Na de bevrijding in 1945 werd de fabriek weer opgestart en produceerde het bedrijf ten behoeve van de naoorlogse mechanisering en met behulp van het door de Amerikanen opgezette Marshallplan o.a. landbouwwerktuigen, waaronder zaai, rooi, wied en aardappelsorteermachines. ![]() |
| In 1956 start men in het kader van dit zelfde plan, met de bouw van de .50 (mitrailleurmunitie) fabriek. Deze wordt in 1957 door ZKH. Prins Bernhard officieel geopend. In 1959 wordt het bedrijf weer omgezet in een NV. Dankzij de Koude oorlog en de oorlog in Nederlands Indië is er in de jaren na de bezetting weer een groeiende vraag naar munitie ,wapensystemen en ook de productie van o.a. draaibanken e.d. trekt weer aan. In 1969 gaat de machinefabriek zich specialiseren in precisiedraaibanken. In 1973 splits het bedrijf zich op in twee zelfstandige delen : Eurometaal nv (70% staatseigendom en 30% Dynamit Nobel ag) en Gereedschapwerktuigen Industrie Hembrug (100% staats(defensie)eigendom). Eurometaal houd zich bezig met het vervaardigen van militaire goederen en Hembrug met precisiegereedschap werktuigen. In 1983 volgt de privatisering van de Hembrug en deze verhuist naar Figee in Haarlem. |
Eurometaal gaat zich buiten de militaire productie ook op de civiele markt richten en maakt o.a. : onderdelen voor auto’s en heftrucks, melkrobots, hoogwaardige precisie gereedschappen, lichtreclames, surfplanken, zonnepanelen, en hoogwaardige sloten,onderdelen voor Intergas HR ketels, schaft zich machines aan voor het vervaardigen van rondellen voor de Nederlandse munt, waarmee ondermeer guldens en later Euro’s werden geslagen. Tevens schaft men zich een 3000 tons bodempers aan, die qua capaciteit en slaglengte de grootste van Europa was. In 1999 heeft de staat het derde deel van de aandelen dat zij nog in haar bezit had, overgedaan aan Rheinmetall Euro bv, dat nu 2/3 van de aandelen bezit. Dynamit Nobel A.G is de bezitter van 1/3 van de aandelen. Eurometaal staakt door gebrek aan opdrachten in 2003 alle productie. De vestiging in Bergen op Zoom (Franerex) wordt ook gesloten. |
De bedrijven Intergas in Coevorden en het Duitse bedrijf Heidel(auto industr.) die waren ondergebracht in de Eurometaal Holding worden afgestoten ten behoeve van een sociaal plan voor de laatste 200 werknemers. |
Geraadpleegde bronnen : De archieven van het Hembrugmuseum (ŠPDKruit2010) |
| Last change: 28-03-2010 |